Straks iedereen aan de ecoberm: ‘Ik word hier blij van’

Zie je ook steeds meer bloemen in de bermen die je niet eerder zag? Dat komt omdat gemeentes steeds minder gaan maaien. Het doel is om de biodiversiteit te vergroten, maar het is tegelijk ook een bezuinigingsmaatregel. Twintig jaar geleden ging de grasmaaier van de gemeentewerker namelijk nog zo’n twintig keer per jaar door de berm. Nu vaak nog maar één of twee keer. 

Met Walter Jaaltink staan we in een berm langs woonwijk De Geer in Wijk bij Duurstede. Jaaltink is landschapscoördinator voor de gemeente Bunnik en werkt samen met de gemeenten in de Kromme Rijn-streek. “Hier word ik blij van. Deze berm wordt al sinds de bouw van deze woonwijk begin jaren ’90 op een ecologische manier beheerd. Kijk, hier bloeit de cichorei en de wilde erwt. En dit is het bijenkorfje.”

Deze berm is een schoolvoorbeeld van hoe het overal zou moeten, zegt Jaaltink. “Ik ben hier regelmatig gaan kijken met andere gemeentes om te laten zien hoe het ook kan. Door veel minder te maaien en het maaisel af te voeren krijgen bloemrijke kruiden meer kansen. Minder maaien voorkomt ook dat bermen worden overwoekerd door snelgroeiende, ruige planten als gras, brandnetels en distels. Er zijn hier stukjes berm waar nu 40 verschillende soorten planten voorkomen, dat is best uniek. En het kan op veel meer plekken.”

Elke plant zijn eigen beest

In ons land bestaat een aanzienlijk deel van het landoppervlak uit bermen. Bijvoorbeeld langs wegen, fietspaden, sloten en spoorbanen. Af en toe staat er een lantaarnpaal of verkeersbord in, maar voor de rest heeft de berm weinig functie. En juist dat maakt de berm zo geschikt voor ecologisch beheer. Ecologisch beheer zorgt voor een toename van het aantal soorten planten. Veel insecten zijn afhankelijk van inheemse waardplanten. Dat zijn planten die van nature voorkomen in een gebied en dienen als bijvoorbeeld voedsel of broedplaats. De door vele mensen gehekelde grote brandnetel is bijvoorbeeld een waardplant voor zo’n 200 soorten insecten. Daaronder zijn ook de geliefde vlinders de dagpauwoog en de atalanta. Zo heeft iedere plant zijn eigen insecten. En aangezien het met insecten niet zo goed gaat, is de hoop dat de ecologische bermen daar op den duur iets aan kunnen verbeteren.

 

 In de oudheid ontstond het gazon zoals we dat nu kennen. Rijken lieten het gras rond hun villa door schapen begrazen of met een zeis mooi strak en glad maaien. Ideaal voor balspelen en het zag er mooi uit. Dit gebruik verspreidde zich door Europa in de Middeleeuwen. Vooral in Engeland was een strak gemaaid gazon hip in de 18e eeuw. Dat gebeurde met een zeis. Totdat uitvinder Edwin Beard Budding de grasmaaier ontwikkelde. Het gazon werd in de jaren erna het toonbeeld van netheid en ordelijkheid.

 

In Wijk bij Duurstede gaat de gemeente per 1 januari 2022 een nieuw, meer ecologisch maaibeleid invoeren. De bedoeling is dat alle bermen die geschikt zijn dan op een ecologische manier worden onderhouden. “We gaan hier minder en afwisselend maaien, zodat er ruimte komt voor verruiging. Bermen en bloemrijke weiden gaan we zo onderhouden dat bijzondere planten en dieren beschermd worden. Het maaisel laten we enkele dagen liggen, zodat zaden en insecten behouden blijven.”

Je móet maaien

Linda Horst zit in de werkgroep groenberaad van de Vereniging Natuur en Milieu in Wijk bij Duurstede en is betrokken bij de invulling van het nieuwe maaibeleid. “Het maaibeleid is nu nog vaak gericht op kostenefficiëntie. Met grote tractoren wordt er volgens een computerplanning gemaaid. En het maaisel wordt direct afgezogen. Insecten krijgen dan niet de kans zich voort te planten. Kijk, je móet maaien. Juist om de soortenrijkdom van planten in de toekomst te vergroten. Maar maai op het juiste moment, dus niet na een fikse regenbui, zodat je met grote tractoren de grond beschadigd. Dan ben je nog verder van huis.”

Tractor versus berm

Walter Jaaltink herkent dit. We staan in een stukje van de berm die opvallend kaal is. “Dit is het laagste en natste deel van het terrein en hier zie je flinke sporen van de grote tractorbanden. De grond is daardoor beschadigd en hier groeit nu bijna niks meer. Dat is zonde en het levert veel boze reacties op van burgers en van de lokale politiek. Je moet als groenbeheerder en gemeente heel goed weten wanneer je beter even kunt wachten met maaien.”

De gemeente laat weten dat in het nieuwe maaibeleid “de machines worden aangepast aan de nieuwe omstandigheden. Soms is schade door bandensporen niet te voorkomen, maar deze gaan we herstellen als er klachten komen.”

Om de ecologische kennis van groenaannemers en gemeentes te verbeteren ontwikkelde De Vlinderstichting de training Kleurkeur. “Aannemers en gemeentes kunnen zich hiermee voorbereiden op de nieuwe standaard in ecologisch bermbeheer” aldus de website van De Vlinderstichting.

Walter Jaaltink: “Een groenaannemer krijgt nu de opdracht om te maaien en doet dat dan in één keer met een grote en efficiënte maaimachine. Dat is het goedkoopste, maar je zou eigenlijk moeten kijken wat het beste is voor de berm en de planten die er groeien. Het gaat wel een aantal jaren duren om daarin de goede balans te vinden. Ik denk niet dat ecologisch bermbeheer duurder hoeft te zijn, maar je moet in het begin misschien wat meer investeren in toezicht en extra opleiding. Dat betaalt zich later terug, want eigenlijk heeft ecologisch beheer alleen maar pluspunten.”

Linda Horst: “Je moet het ook een beetje verkopen en erover blijven vertellen. Educatie is erg belangrijk. Ik heb hier verderop een veldje inheemse bloemen ingezaaid. Die zijn twee jaar geleden wel per ongeluk omver gemaaid door de gemeente, maar inmiddels gelukkig weer goed hersteld. Wij blijven de gemeente gevraagd en ongevraagd advies geven, maar zijn blij dat ze straks echt kiezen voor ecologisch bermbeheer.”