In zes weken tijd 52 oude fietsen opknappen: ‘Ik ben de rompslomp een beetje zat, de tuin moet leeg’

Al vijf jaar knapt Dik van de Meent fietsen op voor statushouders uit De Bilt. Het begon met een aantal afgedankte stalen rossen, maar inmiddels raakt de tuin zo vol met fietsen dat het tijd is om ermee te stoppen. “Ik ben de rompslomp een beetje zat, de tuin moet leeg.” Alle fietsen die nu nog in de tuin staan moeten opgeknapt en verkocht worden, met als eindresultaat een lege tuin.

Elke dag om half acht ’s ochtend staat broer Ruud op de stoep om Dik te helpen met het project ‘fietsen wegwerken’. In zes weken tijd gaan Dik en Ruud elke dag ’s ochtends vroeg al aan de slag om alle opknapfietsen die in de tuin staan op te knappen. Dat betekent: remmen maken, kettingen straktrekken, versnellingen bijstellen en banden vervangen. De vrouw van Ruud, Dineke, doet de administratie en poetst de opgeknapte fietsen schoon.

Vijf jaar geleden begon Dik met het opknappen van fietsen voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning in De Bilt. In samenwerking met de gemeente en steunpunt vluchteling. “Statushouders krijgen een bepaald budget om een fiets mee te kopen. Voor dat bedrag kun je nergens een nieuwe fiets halen. Daarom knap ik nu al vijf jaar lang oude fietsen op, ze hoeven bij mij geen arbeidsloon te betalen, dus ze kunnen voor een mooie prijs weg.”

In de toekomst willen Dik en zijn vrouw Dineke verhuizen. Het is niet handig als de tuin dan nog vol staat met fietsen, vertelt Dineke van de Meent. “Het moet een keer opgeruimd worden, het blijft in je achterhoofd zitten dat je er iets mee moet, dus fijn dat het nu gebeurd.” Toch is het wel even wennen dat de broers elke ochtend om half acht beginnen aan hun klus. “We zijn met pensioen, dus ik ben gewend om het lekker rustig aan te doen. Het vroege opstaan moet ik nog tot 1 oktober volhouden, dat wordt een hele opgave. Maar tot nu toe gaat het heel goed en hebben ze plezier met zijn tweeën.”

Opvolger

De hobbyfietsenmaker hoopt dat er iemand is die het stokje van hem wil overnemen. “Ik zou graag willen dat dit door kan gaan. Voor statushouders is het een hele goede manier om aan een fiets te komen en ik vind ook dat die mogelijkheid er voor hen moet blijven, alleen dan niet meer bij mij in de tuin of schuur”, zegt Dik. 

Hij hoopt dat er een andere locatie gevonden kan worden waar de opknapfietsen naartoe gestuurd kunnen worden. “Als er iemand zo gek is met een grote tuin is dat hartstikke mooi, maar een andere locatie mag ook. Ik ben ook zeker bereid om dan alsnog te komen helpen met het opknappen van de fietsen, ik ben het werk nog niet zat.”

Zo vader zo zoons

De passie voor fietsenmakerij is bij de broers met de paplepel ingegoten, vertelt Dik. “Het zit wel in de familie. Zoals ik het me herinner knapte mijn vader ook al fietsen op. Toen ik naar de grote school ging kreeg ik een opknapfiets. Mijn vader had een vriend die een fietsenmakerij had en zo kreeg ik een fiets die ongeveer als nieuw was, ik zag hoe de fiets werd opgeknapt en werd meteen enthousiast.”

Op zijn 14e begon hij aan zijn eigen opknapfiets. “Vrij kort nadat ik die fiets van mijn vader kreeg ben ik zelf een fiets gaan opknappen. Ik had geen rooie rotcent, maar wist in de fietsenmakerij van de vriend van mijn vader de goedkoopste onderdelen te vinden. Daar maakte ik dan een topfiets mee, geweldig was dat. Daarna ben ik er nooit meer gestopt met het opknappen van fietsen.”